Welkom op lijdsman.nl
Een kijkje in de keuken van Patrick Lijdsman
www.sluis0.nl



Vers van de pers gedichtenbundel
"Landschappen"
Bestel hier










Patrick Lijdsman is vaste ontwerper van
Roosjen en van der Veere

reageer

Wij gingen allen
ver heen, die kant op
de weg
het spoor
de dijk en het veld.

En wij allen hadden
de warme gloed van de zon
in de rug.



Witgekraagde berken
    een strijkende winterzon.

Ik dichtte jou
    eenzelfde schoonheid toe.



doorklief
de duisternis
trek open
een nu onzichtbare horizon



Kraaien krassen rond het huis
bij jou lachen de meeuwen
maar lief
onthul je lichaam
om te zien of we gelijk gevleugelden zijn



Weemoed
kruipt altijd langzaam omhoog,
omhoog bij vertrek
alleen dat wat blijft zijn de bomen

vanwaar altijd weer
weemoed,
kruipt langzaam omhoog
langs hun grillige stammen,

en valt in slaapt
in ritseling van zomerblad.


Haar borsten
dragen de avondzon
in zilt katoen.
Eindelijk zomer.


Buiten ritselen bladeren
een felle zon
binnen een piano
het spel nauwelijks hoorbaar

een vloer
een felle zon
een vlieg
en stilte

Van de poes zie ik
alleen dat zij ademt.

Soms hoor ik een vlieg en
het wiegen van het haakje aan een raam
in de wind


 
Draag mee de maan,
draag mee de maan.

Liggend en wassend.

Draag mee de maan,
op mijn duistere reis.



Hoe kleurt de ochtend
als de zon in het oosten
wederom de moed heeft

een aarde onder zich te laten
het nachtzweet van de takken te verwarmen
een eerste schaduw te werpen

over velden akkers en eb
nevelen vormt
als laatste sluier van de nacht.


Wij trekken ons terug
achter de dijken
vorst kruipt langs de grond
damp loert
vanaf het water

naar de voorbijrazende gekte.

 
Omarm me

met je duisternis
   


als de vrouw de liefde is

is haar lichaam dan
het landschap van de nacht?


sla het land dat ik bewoon
in stukken

opdat ik zien kan
of het mijn land is


Als de regen
zich terugtrekt in de bergen,
mag de avondzon
mij nog even eenzijdig verwarmen.



De kracht
van het nietsdoen
verschuilt
de stilte.



Meedogenloos
ligt de betonnen brug.
Op de oevers
van de rivier.

 

tegenlicht

maakt
vergezicht onmogelijk



Voor mij een weelderige bos haar,
donker en een reflectie van gezicht,
in de ramen van de trein.

Met daarachter
doorheen haar gezicht,
een schemerende avond.

Een dalende zon boven de zee.

Vooral de zon, de zee
dalend door haar,
transparante gelaat.



het platte land
verraadt
dat er bergen zijn


o rivier

neem mee mijn hoofd
neem mee mijn hoofd,
richting zee

spoel het
spoel het schoon

o rivier,
neem mee mijn hoofd



vanaf mijn bed
strek ik mijn arm

in mijn open handen
zit jij
naakt

in mijn open handen


Zijn het die fracties van seconden
de voetgrote stukjes aarde
onder mijn voeten

In de langgerekte namiddagschaduw
in de zwijgende nacht
of in de ochtendnevelen

Die mij vertellen
dat ik dit land beleefd heb


slechts het water,
kan mij zo schaamteloos
omhelzen


reageer